GeslotenGemeente · Subsidie

Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Utrechtsestraat gebruikers 2022

Gemeente Amsterdam

Voor de Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo. die activiteiten uitvoert in de aangewezen bedrijveninvesteringszone.

Ook bekend als BIZ Utrechtsestraat, BI-zone Utrechtsestraat gebruikers 2022

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Eerstvolgende deadline
31 dec 2026
nog ~6 maanden

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor de Vereniging BI-zone Utrechtsestraat voor uitvoering van activiteiten ter bevordering van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone. De subsidie bedraagt maximaal het jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragenbedrag verminderd met 2,5% perceptiekosten. Looptijd 2022–2026.

Voor wie is het bedoeld?

Voor de Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo. die activiteiten uitvoert in de aangewezen bedrijveninvesteringszone.

Vereniging

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor bedrijveninvesteringszone activiteiten
  • Financiering van BIZ-plan uitvoering
  • Leefbaarheid en economische ontwikkeling in bedrijfsgebied

Voorwaarden

  • Subsidie verstrekt aan aangewezen Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo.
  • Activiteiten moeten opgenomen zijn in het BIZ-plan
  • Subsidie bedraagt maximaal jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen minus 2,5% perceptiekosten
  • Nadere regels over bevoorschotting en verrekening in Uitvoeringsovereenkomst
  • Verordening eindigt 31 december 2026

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een vereniging
Uw rechtsvorm is: Vereniging
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amsterdam.

Openstellingen en rondes

Ronde 2022-2026Gesloten
Start
1 jan 2022
Sluit
31 dec 2026
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Utrechtsestraat gebruikers 2022
    De raad van de gemeente Amsterdam,
    gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 augustus 2021;
    gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; en gelet op de tussen de gemeente Amsterdam en de Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo. gesloten subsidieovereenkomst;
    gehoord de beraadslaging in de commissie FED;
    besluit de volgende verordening vast te stellen:
    Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Utrechtsestraat gebruikers 2022.
    
    Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    Deze verordening verstaat onder:
    - BI-zone: het aangewezen en gearceerde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde, kaart.
    - de Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
    - het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
    - de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Amsterdam en Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo. gesloten Uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 4 van de Wet.
    - BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo. is opgesteld waarin is aangegeven hoe de vereniging voornemens is de BIZ-subsidie te besteden.
    
    Artikel 2 Aanwijzing vereniging
    De Vereniging BI-zone Utrechtsestraat eo. (hierna: de vereniging) wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de Wet.
    
    Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen
    
    Artikel 3 Aard van de belasting
    Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
    
    Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht
    1..
    De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en die als bestemming hebben, dan wel in gebruik zijn als (detail)handel/winkel, kantoor, horeca, sport/recreatie, onderwijsinstelling of cultuur-/gemeenschapsgebouw.
    2..
    De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruiken.
    3..
    Voor de toepassing van het tweede lid wordt:
    - gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
    - het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
    4..
    Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
    
    Artikel 5 Belastingobject
    1..
    Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dient.
    2..
    Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
    
    Artikel 6 Maatstaf van heffing
    De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak.
    
    Artikel 7 Belastingtarief
    De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 350,-.
    
    Artikel 8 Wijze van heffing
    De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.
    
    Artikel 9 Termijnen van betaling
    1..
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede een maand later.
    2..
    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
    
    Artikel 10 Nadere regels door het college
    Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.
    
    Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen
    
    Artikel 11 Algemeen
    Indien en voor zover in deze verordening daarvan niet is afgeweken, is de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 van toepassing.
    
    Artikel 12 Subsidievaststelling
    1..
    De subsidie wordt verstrekt aan de vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in het BIZ-plan.
    2..
    De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten, die zijn vastgesteld op 2,5%.
    3..
    In de Uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen.
    
    Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
    
    Artikel 13 Inwerkingtreding en overgangsrecht
    1..
    Deze verordening treedt in werking op een nader door het college te bepalen datum nadat is gebleken van voldoende steun onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in artikel 4 van de Wet.
    2..
    Deze verordening eindigt op 31 december 2026 met dien verstande dat deze van kracht blijft voor belastbare feiten die zich voor de einddatum hebben voorgedaan.
    3..
    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
    
    Artikel 14
    Deze verordening wordt aangehaald als Verordening BI-zone Utrechtsestraat gebruikers 2022.
    Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 15 september 2021.
    De voorzitter
    Femke Halsema
    De raadsgriffier
    Jolien Houtman
    
    Bijlage 1 Kaart BI-zone Utrechtsestraat gebruikers 2022
    
    Toelichting
    Algemene toelichting
    De gemeenteraad stelt op verzoek van de ondernemers de bedrijveninvesteringszone (biz) in. In een biz betalen alle ondernemers (huurders en/of eigenaren) jaarlijks een bedrag. Dit bedrag wordt door de gemeentelijke belastingdienst geïnd en, na aftrek van 2,5% heffingskosten, door de gemeente uitgekeerd aan de BIZ-vereniging. Dat gebeurt in de vorm van een subsidie. De BIZ-vereniging wordt speciaal opgericht om met dit subsidiegeld het BIZ-plan uit te voeren. De ondernemers bepalen in welk gebied zij een BIZ willen oprichten, welke activiteiten ze willen uitvoeren, wat dat kost en hoe de kosten moeten worden verdeeld over de deelnemers aan de BIZ.
    Omdat het innen van de “contributie” geregeld is als belastingheffing moet de gemeenteraad voor iedere BIZ afzonderlijk een belastingverordening vaststellen (de BIZ-verordening).
    Er zijn zes soorten verordeningen: op basis van vaste heffing of woz heffing voor een gebruikers biz, een eigenarenbiz of een gebruikers-eigenarenbiz. Deze verordening is t.b.v. een gebruikersbiz op basis van een vaste heffing.
    Artikelsgewijze toelichting
    Artikel 4.1: voorbeelden van objectsoorten zijn horeca, (detail)handel/winkel, cultuur-/gemeenschapsgebouw, crèche/peuterspeelzaal, parkeergarage, sport/recreatie, kantoor
    Artikel 12.2: de 2,5% heffingskosten komen ten gunste van Belastingen: volgens de wet mogen perceptiekosten worden geheven, uitsluitend ter dekking van de kosten van het heffen van de bijdrage.
    Artikel 13.1: in het najaar vinden de draagvlakmetingen plaats. Hier kunnen de ondernemers zich uitspreken voor of tegen instelling van de biz. Als voldoende steun is verkregen voor instelling treedt de verordening in werking middels een B&W besluit. Als er onvoldoende steun is, wordt de verordening ingetrokken middels een raadsbesluit.

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.