GeslotenASAGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Amsterdam Aardgasvrij

Gemeente Amsterdam

Voor eigenaren en gebruikers van woningen, complexen van woningen, kleinschalige transformaties en maatschappelijk vastgoed (onderwijs, sport, cultuur, welzijn, opvang, zorg) in Amsterdam die hun aardgasaansluiting willen verwijderen en aardgasvrij willen worden.

Ook bekend als ASA

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 125k
per aanvraag
Percentage
0%
van de kosten

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor het aardgasvrij maken van woningen, complexen en maatschappelijk vastgoed in Amsterdam. De gemeente vergoet 100% van de werkelijke meerkosten tot maximaal €8.000 per woning (energiemaatregelen) of €5.000 per woning (afsluiting gasnet). Voor maatschappelijk vastgoed geldt een maximum van €125.000 per gebouw.

Voor wie is het bedoeld?

Voor eigenaren en gebruikers van woningen, complexen van woningen, kleinschalige transformaties en maatschappelijk vastgoed (onderwijs, sport, cultuur, welzijn, opvang, zorg) in Amsterdam die hun aardgasaansluiting willen verwijderen en aardgasvrij willen worden.

ParticulierWoningcorporatieOrganisatie_publieke_functie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil mijn woning aardgasvrij maken en krijg subsidie voor de meerkosten
  • Onze woningcorporatie wil een complex aardgasvrij renoveren
  • We willen ons maatschappelijk vastgoed van het aardgas afhaken

Voorwaarden

  • Aardgasaansluiting moet verwijderd of afgesloten zijn
  • Voor ondernemingen (niet woningcorporaties): de-minimissteun mag €200.000 per drie belastingjaren niet overschrijden
  • Maatregelen mogen niet al zijn begonnen voordat subsidieaanvraag wordt ingediend
  • Voor niet-eigenaren: ondertekende toestemmingsverklaring van eigenaar vereist
  • Kosten voor eigen arbeid, biomassaketels, hout-/pelletkachels en fossiele brandstoffen komen niet in aanmerking

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een particulier of woningcorporatie of organisatie_publieke_functie
Uw rechtsvorm is: Particulier, Stichting, Vereniging, Onderwijsinstelling
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amsterdam.

Openstellingen en rondes

Ronde 2018Gesloten
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Voor de activiteit zoals bedoeld in artikel 5, onder a en b, ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van €5000.‐ per 35GJ aan aardgas dat per jaar bespaard wordt, met een maximum van €125.000.- per maatschappelijk vastgoed
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent aardgas Subsidieregeling Amsterdam Aardgasvrij
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Inhoud Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Artikel 3 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties Artikel 4 Doel subsidieregeling Artikel 5 Subsidiabele activiteiten Artikel 6 Subsidiabele kosten Artikel 7 Hoogte van de subsidie Artikel 8 Subsidieplafond Artikel 9 De aanvrager Artikel 10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Artikel 11 Weigeringsgronden Artikel 12 Aanvullende verplichtingen Artikel 13 Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 14 Inwerkingtreding en einddatum Artikel 15 Citeertitel Toelichting bij Subsidieregeling Amsterdam Aardgasvrij Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR464828 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR464828/2 sluiten Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent aardgas Subsidieregeling Amsterdam Aardgasvrij Geldend van 25-07-2018 t/m heden Intitulé Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent aardgas Subsidieregeling Amsterdam Aardgasvrij Inhoud Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. Aardgasvrije woning: een bestaande woning waar de aardgasaansluiting verwijderd is en waarin op elektra gekookt wordt; b. Afsluiting: het door de netbeheerder (laten) verwijderen of afsluiten van de aardgasaansluiting waardoor de woning, complex van woningen of het maatschappelijk vastgoed geen gebruik meer kan maken van aardgas; c. ASA: Algemene subsidieverordening van de gemeente Amsterdam van 2013; d. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; e. Complex: meerdere woningen in hetzelfde gebouw, die aangesloten zijn op een gezamenlijk netwerk waarmee de woningen worden voorzien van aardgas; f. Coöperatieve flatvereniging: een coöperatie, die als rechtspersoon eigenaar is van een flatgebouw, waarbij de bewoners de leden zijn van de coöperatie en ieder afzonderlijk bij de coöperatie een lidmaatschapsrecht gekocht hebben om een woning in de flat te kunnen bewonen; g. DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380)), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; h. De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.12. 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; i. Gebouwgebonden maatregelen: maatregelen die in het kader van deze subsidieregeling op, in of aan de woning en/of complex worden uitgevoerd; j. Kleinschalige transformatie: het realiseren van maximaal 25 woningen in bestaand vastgoed dat eerst geen woning was; k. Maatschappelijk vastgoed: een gebouw met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang of zorg; l. Meerkosten: extra kosten die gemaakt worden om een aardgasvrije situatie te creëren, met als referentie doorexploiteren of opnieuw investeren in een situatie mét aardgas. Uitgangspunt zijn wettelijke kwaliteitseisen of het gangbare minimum. Meerkosten zijn de kosten daar bovenop; m. NOM-woning: een nul-op-de-meter-woning is een woning waarin minimaal net zoveel energie wordt opgewekt (door zon, wind of warmtepompen) als verbruikt, gemiddeld genomen over een jaar tijd; n. Onderneming: Onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties; o. Organisatie met publieke functie: een rechtspersoon zonder winstoogmerk, statutair gericht op een maatschappelijk belang met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang of zorg; p. Woning: een gebouw dat voor bewoning is bestemd met de daarbij horende grond of een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd, dat als een zelfstandige woning zoals bedoeld in artikel 7:234 BW wordt aangemerkt, of een woonboot; q. Woonboot: een woonboot met een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, Paragraaf 3, van de Verordening op het binnenwater 2010; r. Woningcorporaties: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 3 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties In zover woningcorporaties activiteiten uitvoeren die op grond van deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemeen Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Artikel 4 Doel subsidieregeling Deze subsidie heeft tot doel het terugdringen van de aansluitingen aan het aardgasnet van de bestaande woningvoorraad, het maatschappelijk vastgoed en woningen binnen kleinschalige transformatie(s) ter stimulering van de transitie naar een aardgasvrij Amsterdam, waaronder begrepen het stimuleren van de transitie van de bestaande woningvoorraad naar NOM-woningen. Artikel 5 Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van fysieke gebouwgebonden maatregelen aan een bestaande woning, complex van woningen, woningen binnen een kleinschalige transformatie of aan maatschappelijk vastgoed in de gemeente Amsterdam voor: a. de verbouw naar NOM; b. de verbouw naar aardgasvrij; c. het (laten) afsluiten van het aardgasnet door de netbeheerder, eventueel in combinatie met een activiteit zoals genoemd onder a of b. Artikel 6 Subsidiabele kosten 1. Voor zover noodzakelijk in relatie tot het doel van de subsidie zoals bedoeld in artikel 4, komen de volgende daadwerkelijk gemaakte kosten in aanmerking voor subsidie: a. de meerkosten voor de uitvoering van de activiteit zoals bedoeld in artikel 5, onder a en b; b. de kosten voor het afsluiten van het aardgasnet zoals bedoeld in artikel 5, onder c; 2. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van het eerste lid: a. de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de maatregelen door de aanvrager zelf worden uitgevoerd; b. de kosten voor installatie van biomassaketels, hout- of pelletkachels; c. de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie of butaangas; d. de kosten voor maatregelen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimum kwaliteitseisen Artikel 7 Hoogte van de subsidie 1. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5, onder a, ten behoeve van een woning, complex van woningen of kleinschalige transformatie, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van € 8.000.- per woning; 2. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5, onder b, ten behoeve van een woning, complex van woningen of kleinschalige transformatie, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van € 5.000.- per woning; 3. Voor de activiteit zoals bedoeld in artikel 5, onder a en b, ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van €5000.‐ per 35GJ aan aardgas dat per jaar bespaard wordt, met een maximum van €125.000.- per maatschappelijk vastgoed; 4. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5, onder c, ten behoeve van een woning, complex van woningen, kleinschalige transformatie of ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke kosten, tot een maximum van het op de datum van subsidieaanvraag geldende tarief voor het verwijderen van een aansluiting per woning of per maatschappelijk vastgoed, zoals die is vastgesteld door de in de gemeente Amsterdam van toepassing zijnde netbeheerder; 5. Indien de aanvrager voor dezelfde activiteit ook andere subsidies ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke (meer)kosten; 6. Voor ondernemingen, niet zijnde woningcorporaties, kan de totale hoogte per subsidieaanvrager de in de de-minimisverordening genoemde grens van € 200.000 per drie belastingjaren niet overschrijden. Artikel 8 Subsidieplafond 1. Het subsidieplafond voor de in artikel 5 genoemde activiteiten, ten behoeve van een woning of complex van woningen, bedraagt € 5.000.000.‐ . 2. Het subsidieplafond voor de in artikel 5 genoemde activiteiten, ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, bedraagt € 500.000.‐. Artikel 9 De aanvrager 1. Een ieder kan subsidie aanvragen, waarbij geldt dat indien de aanvrager een Vereniging van Eigenaren, een coöperatieve flatvereniging of enig ander rechtspersoon met leden waarbij de leden binnen een gebouw van die rechtspersoon wonen in een woning, de subsidie door zowel de rechtspersoon als de leden van die rechtspersoon kan worden aangevraagd. 2. Subsidie voor de activiteit als genoemd in artikel 5 ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, kan uitsluitend worden aangevraagd door een organisatie met een publieke functie. Artikel 10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1. In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag, voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 5 de volgende gegevens en stukken overgelegd: a. overzicht van de te nemen maatregelen; b. kostenraming en financieringsplan; c. voor de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, een volledig ingevulde verklaring De-minimissteun, waaruit volgt dat het drempelbedrag van de-minimissteun van € 200.000 niet wordt overschreden; d. bewijs dat er voldaan is aan geldende goedkeuringsverplichtingen; e. een overzicht van eventuele andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten; f. bij NOM-renovatie door woningcorporatie: een kopie van getekend energieprestatiecontract; g. een offerte van de uitvoering van (een deel van) de subsidiabele activiteiten; h. een bewijs dat het bankrekeningnummer waarop de aangevraagde subsidie ontvangen wenst te worden, op naam staat van de aanvrager; i. bij een aanvraag ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, de energierekening van het afgelopen jaar, voor een periode van maximaal één jaar. 2. Indien de aanvrager niet de eigenaar is van de woning, complex van woningen, maatschappelijk vastgoed of het vastgoed bij kleinschalige transformatie, bevat het aanvraagformulier naast de genoemde eisen uit het eerste lid van dit artikel: a. een ondertekende toestemmingsverklaring van de eigenaar dat de bedoelde aanvrager één of meer activiteiten zoals genoemd in artikel 5 in het betreffende gebouw mag gaan uitvoeren, waarbij de eigenaar tevens verklaart dat hij: 1°. de verwijdering van de
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.