Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt Amersfoort
Samenwerkingsverbanden van reguliere of private onderwijsinstellingen (niet primair onderwijs) en bedrijven in de regio Amersfoort.
Ook bekend als Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt, TOOA Amersfoort
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor samenwerkingsinitiatieven van onderwijsinstellingen en bedrijven gericht op vier speerpunten: arbeidsmarktperspectieven voor jongeren, stages en leerbanen, instroom in sectoren met personeelstekorten, en praktijkkennis in opleidingen. Maximaal €30.000 tot €40.000 per activiteit met 50% cofinanciering.
Voor wie is het bedoeld?
Samenwerkingsverbanden van reguliere of private onderwijsinstellingen (niet primair onderwijs) en bedrijven in de regio Amersfoort.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor samenwerking tussen scholen/mbo en bedrijven
- Financiering van activiteiten voor arbeidsmarktaansluiting van jongeren
- Ondersteuning van innovatieve onderwijs-bedrijfsinitiatieven in de regio
Voorwaarden
- Activiteiten gericht op één of meer van vier speerpunten: arbeidsmarktperspectieven, stages/leerbanen, instroom in sectoren met personeelstekorten, praktijkkennis in opleidingen
- Looptijd één of twee schooljaren, eindigend uiterlijk juni
- Minimaal 50% eigen financiering vereist
- Activiteitenplan maximaal 10 A4-pagina's
- Activiteiten moeten plaatsvinden in de regio
- Geen winstoogmerk
- Geen dubbele financiering van dezelfde activiteiten
- Aanvrager mag niet eerder subsidie hebben ontvangen voor dezelfde activiteiten via deze regeling
- Aanvrager mag niet meer dan €200.000 overheidssteun over drie belastingjaren hebben ontvangen
- Activiteiten mogen niet al zijn gestart voorafgaand aan aanvraag
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Tender
Bronnen en actualiteit
“De subsidie bedraagt maximaal: € 40.000 bij activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Doel van de regeling Artikel 3. Subsidiabele activiteiten, periode en hoogte Artikel 4. Overige vereisten Artikel 5. Subsidieplafond Artikel 6. Verdeelregels Artikel 7. Beoordelingscriteria Artikel 8. Adviescommissie Artikel 9. Indieningstermijn en gegevens aanvraag Artikel 10. Procedure aanvraag Artikel 11. Subsidieverlening Artikel 12. Communicatie en informatiedeling Artikel 13. Verantwoording en subsidievaststelling Artikel 14. Weigeringsgronden Artikel 15. Inwerkingtreding Artikel 16. Citeertitel Artikel 17. Overgangsrecht Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR620732 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR620732/2 sluiten Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie voor het toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt (Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt Amersfoort) Geldend van 05-03-2021 t/m heden Intitulé Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie voor het toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt (Subsidieregeling Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt Amersfoort) Burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort, gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de vigerende Algemene Subsidieverordening van gemeente Amersfoort; besluit vast te stellen de volgende regeling: SUBSIDIEREGELING TOEKOMSTFONDS ONDERWIJS – ARBEIDSMARKT AMERSFOORT Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling en de daarop rustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder: • aanvraag: ingediend verzoek op grond van deze regeling tot cofinanciering van samenwerkingsinitiatieven van reguliere of private onderwijsinstellingen, niet zijnde primair onderwijs en bedrijven gericht op één of meer van de vier speerpunten te bewerkstelligen met een of meer activiteiten in de regio • aanvrager: een samenwerkingsinitiatief van tenminste één reguliere of private onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, en tenminste één bedrijf, allen rechtspersoon, dat een aanvraag indient voor een of meer activiteiten in de regio; • activiteitenplan: het document waarin omschreven is hoe, wanneer, met welke partners, welke activiteiten en welke middelen wordt bijgedragen aan een of meer speerpunten; • adviescommissie: Adviescommissie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt, een door het college ingestelde externe en onafhankelijke adviesgroep ter advisering van het college; • ASV: de vigerende Algemene Subsidieverordening van gemeente Amersfoort; • college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort; • mbo: middelbaar beroepsonderwijs; • mkb: midden- en kleinbedrijf; • pitch: een beknopte presentatie van maximaal vijf minuten over de subsidieaanvraag, waarna er aansluitend gelegenheid is tot het stellen van vragen over en weer; • reglement: reglement van de Adviescommissie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt; • regio: de regio Amersfoort bestaande uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg; • vo: voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs; • wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2. Doel van de regeling Het verstrekken van de subsidie heeft primair tot doel om het onderwijs beter te laten aansluiten op de vraag van werkgevers en daarmee een betere match van vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Artikel 3. Subsidiabele activiteiten, periode en hoogte 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op één of meer van de volgende speerpunten: a. Verhogen van perspectieven op de arbeidsmarkt voor minder kansrijke jongeren op vo en mbo; b. Snellere en betere match van stages en leerbanen bij mkb-bedrijven; c. Vergroten van enthousiasme en instroom van jongeren voor sectoren waar personeelstekorten zijn of dreigen; d. Meer inbreng van kennis uit de praktijk in opleidingen. 2. De activiteiten hebben: a. een looptijd van één schooljaar en duren uiterlijk tot en met de maand juni in het kalenderjaar na de verlening, of b. een looptijd van twee schooljaren en duren uiterlijk tot en met de maand juni in het tweede kalenderjaar na de verlening. 3. De subsidie bedraagt maximaal: a. € 30.000 bij activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; b. € 40.000 bij activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. Artikel 4. Overige vereisten 1. Voor de activiteiten dient minimaal 50% te worden gefinancierd uit eigen middelen. De cofinanciering op grond van deze regeling is maximaal 50% van de benodigde middelen voor de activiteiten. 2. De aanvraag wordt ingediend namens tenminste één reguliere of private onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, en tenminste één bedrijf, allen rechtspersoon. 3. Indien een aanvraag wordt ingediend mede namens een private onderwijsinstelling, dan dient de opleiding van die private onderwijsinstelling te leiden tot een erkend diploma of branche-erkend certificaat. 4. Het activiteitenplan beslaat maximaal 10 enkelzijdige A4-pagina’s en hierin is omschreven hoe, wanneer, met welke partners, welke activiteiten en welke middelen wordt bijgedragen aan een of meer speerpunten, zoals genoemd in artikel 3. 5. De activiteiten moeten plaatsvinden binnen de regio. Artikel 5. Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks binnen de kaders van de begroting van de gemeenteraad een subsidieplafond en een openstellingsbesluit vast voor deze regeling. Artikel 6. Verdeelregels 1. Het college stelt vast welke subsidieaanvragen aan de vereisten zoals genoemd in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 voldoen. 2. Op grond van de beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 7 maakt de adviescommissie een voorlopige rangorde. De subsidieaanvragers die minimaal 50 punten hebben, worden uitgenodigd voor een pitch voor de adviescommissie. 3. Om te mogen pitchen moeten er voor het beoordelingscriterium zoals genoemd in artikel 7 lid 1 sub a minimaal 25 punten zijn behaald en dient zich niet één van de weigeringsgronden als genoemd in artikel 14 voor te doen. 4. Aan de hand van de subsidieaanvraag en de pitch adviseert de adviescommissie het college over de definitieve rangorde op grond van beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 7. Het college beoordeelt de afweging en het advies, stelt de definitieve rangorde vast en kan gemotiveerd van het advies afwijken. 5. De verdeling van de punten is als volgt: a. Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn maximaal 50 punten te behalen; b. Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel b, zijn 5 punten te behalen wanneer het samenwerkingsverband bestaat uit meer dan één reguliere of private onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, en 5 punten wanneer het samenwerkingsverband bestaat uit meer dan één bedrijf; c. Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel c, zijn maximaal 10 punten te behalen; d. Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel d, zijn maximaal 10 punten te behalen; e. Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel e, zijn maximaal 10 punten te behalen; f. Voor het voldoen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel f, zijn maximaal 10 punten te behalen. 6. Nadat de definitieve rangorde is vastgesteld, verdeelt het college de beschikbare subsidie volgens de rangorde. 7. Indien in de definitieve rangorde het subsidieplafond wordt bereikt, ontvangt de laatste aanvrager in de definitieve rangorde die nog aanspraak kan maken op de subsidie het bedrag toegekend dat nog beschikbaar is. Mocht er alsdan sprake zijn van meerdere aanvragers met een gelijke score, dan stelt het college de subsidiebedragen van deze aanvragen naar rato vast, dat wil zeggen dat ieder een gelijk percentage van de oorspronkelijk gevraagde subsidiebedragen ontvangt. 8. Het college wijst de resterende aanvragen, de aanvragen die overblijven na het bereiken van het subsidieplafond, af. Artikel 7. Beoordelingscriteria 1. De vaststelling van de voorlopige en de definitieve rangorde vinden plaats aan de hand van de onderstaande beoordelingscriteria. Bij de subsidieaanvraag, meer specifiek in het activiteitenplan, dienen de aanvragers aan te geven in hoeverre het initiatief voldoet aan de volgende punten: a. De activiteiten leveren een aantoonbare positieve bijdrage aan één of meer speerpunten zoals genoemd in artikel 3; b. Naast het basisvereiste van één reguliere of private onderwijsinstelling, niet zijnde primair onderwijs, en één bedrijf, zijn binnen het samenwerkingsverband ook één of meer andere reguliere of private onderwijsinstellingen, niet zijnde primair onderwijs, en/of één of meer andere bedrijven vertegenwoordigd; c. De activiteiten bevorderen de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven; d. De activiteiten bieden de gelegenheid aan scholieren en/of studenten om actief mee te denken over de opzet en/of uitvoering van de activiteiten; e. De activiteiten zijn innovatief; f. De activiteiten bieden goede kansen voor voortzetting en/of opschaling. Artikel 8. Adviescommissie 1. De adviescommissie bestaat uit drie externe leden, met elk een expertise in het onderwijsveld, het bedrijfsleven en/of een overheidsorganisatie. 2. De in de adviescommissie zittende leden hebben geen persoonlijk belang bij de beoordeling en de vaststelling van de rangorde en zij en/of hun organisatie komen niet in aanmerking voor een subsidie op grond van deze regeling. 3. De adviescommissie beoordeelt het activiteitenplan en de pitches aan de hand van de verdeelregels en de beoordelingscriteria, zoals genoemd in artikel 6 en 7. 4. De adviescommissie komt per aanvraag tot een unaniem aantal punten per beoordelingscriterium en brengt een unaniem advies uit over de voorlopige en definitieve rangorde. 5. De aanvragen worden gerangschikt overeenkomstig het totale aantal punten per aanvraag. De aanvraag met de hoogste score wordt als hoogste in de rangorde geplaatst. De rangschikking resulteert in een advies aan het college. Artikel 9. Indieningstermijn en gegevens aanvraag 1. De subsidieaanvraag voor de eerste ronde dient binnen de indieningstermijn genoemd in het openstellingsbesluit te worden ingediend met gebruikmaking van het formulier “Aanvraag subsidie Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt”. De indieningstermijn voor een eventuele tweede ronde wordt te zijner tijd op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. 2. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende stukken: a. Het volledig ingevulde aanvraagformulier zoals genoemd in lid 1; b. Een activiteitenplan dat voldoet aan deze regeling; c. Een bijbehorende begroting met een duidelijk overzicht van inkomsten en uitgaven en gespecificeerd naar financieringsbron, waarin duidelijk zichtbaar is op welke wijze wordt voldaan aan het vereiste van minimaal 50% aantoonbare eigen financiering. d. Een bijbehorend tijdpad met een duidelijk en concreet overzicht van de activiteiten in de tijd en een vermelding van wanneer welke (deel)resultaten worden verwacht; e. Een kopie van de meest recente oprichtingsakte of statuten en een actueel uittreksel uit het handelsregister (niet ouder dan 12 maanden); f. Een ingevulde en ondertekende “Eigen Verklaring Toekomstfonds Onderwijs-Arbeidsmarkt”. 3. Het college kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de aanvrager om nadere infor […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.